logo_height_small_1200_300.png

Het Vertelperspectief

Elk verhaal heeft een verteller (en een schrijver). Hier vind je verschillende soorten perspectief die gebruikt worden in verhalen.

  • Ik perspectief, belevend:
    • Je leest het verhaal door de ogen van het hoofdpersonage, via de ik-vorm. Zo kun je je sterk inleven in de wereld van het hoofdpersonage, want je kent zijn/haar gedachten en gevoelens.
      Maar tegelijkertijd blijf je zienswijze beperkt tot de ik-figuur. Die kan de zaken anders voorstellen dan ze in werkelijkheid zijn of ze op zijn minst eenzijdig en subjectief vertellen.
      Het ik-perspectief werkt doorgaans confronterend, vooral in combinatie met de o.t.t., als iemand die tegenover je zit en verslag doet. Het is dus moeilijker je te identificeren met de verteller, maar het effect van de confrontatie is groter dan bij een perspectief in de derde persoon.

       

  • Ik perspectief, vertellend:
    • De ik-persoon weet wat er gebeurd is en vertelt dat. Hij vertelt vanuit het standpunt van de ik-figuur. Op die manier is het verhaal subjectief.

       

  • Personaal perspectief:
    • Het verhaal wordt in de hij/zij verteld.
    • Een personaal perspectief kan vaak vrij gemakkelijk omgezet worden in een ik-perspectief. Alle derde personen die verwijzen naar het gevolgde personage, worden veranderd in eerste personen. Op die manier kan een personaal perspectief en het bijbehorende personage aangetoond worden. Schrijven in de derde persoon enkelvoud, vooral in combinatie met de o.v.t., is de "zachte methode", waarbij de lezer zich gemakkelijk identificeert met het personage. Het omzetten in het ik-perspectief verlevendigt doorgaans het proza, maar maakt het ook afstandelijker. In beide gevallen is het eenvoudig om de gedachte- en ervaringswereld van het personage vorm te geven.

  • Auctoriaal perspectief (alwetende verteller):
    •  De verteller is zelf niet in het verhaal aanwezig. De gebeurtenissen worden verteld door een onzichtbare persoon. Hij kan commentaar geven op de gebeurtenissen of zelfs vooruitlopen en daardoor het verhaal voor de lezer spannend maken. Je weet al meer dan de personages die nog niets vermoeden. De alwetende verteller kan de lezer ook rechtstreeks aanspreken.
    • In de auctoriale vertelsituatie (soms ookauctorieel genoemd) is de verteller alwetend, maar hij speelt niet mee. Hij staat als het ware 'boven' het verhaal: hij ziet neer op alles wat gebeurt, en weet alles van het verhaal, de personages, hun motieven en gedachten. Zo krijgt de lezer een compleet overzicht van alle gebeurtenissen en het waarom en hoe daarvan. De auctoriële of auctoriale verteller kan eventueel een ik-standpunt in plaats van een hij/zij-standpunt aannemen, maar dat hoeft niet. Een auctoriële verteller onderscheidt zich van een personele verteller doordat hij meer weet dan de personages.

       

  • Afwisselend perspectief (meervoudig perspectief):
    • Je leest het verhaal door de ogen van verschillende personages. Je krijgt dan de gedachten en gevoelens van een aantal personen over dezelfde gebeurtenissen, waardoor je als lezer een rijker beeld krijgt en beter geïnformeerd wordt.
    • Je krijgt als het ware een lappendeken aan verschillende camerastandpunten die een beeld gegeven  van het totaal. Het uiteindelijke effect is dus groter dan dat wanneer een alwetende verteller zou zijn gehanteerd: het is tegelijkertijd intiem en universeel. Door de grote rijkdom aan mogelijkheden wordt de techniek veelvuldig toegepast.

       

  • Andere perspectieven (veel minder vaak gebruikt): Jij, wij, voorwerpen:
    • Zelfs voorwerpen kunnen worden gebruikt als perspectief. Bijvoorbeeld, "The Collector Collector" van T. Fisher geschreven vanuit het perspectief van een antieke Griekse vaas.